stroom

 
vandaag kwam het paard
met de dunne huid langs
beet een tand stuk op het hek
voelde het bloed langs zijn wang lopen
en begon voorgoed aan een sprong

 

het zwart van je ogen verandert
loopt een stukje mee met de tijd
ik ontsnap aan je blik
glip weg naar het beroerde bosje
waar ik mijn oor te luchten leg

 

ik herinner me
de eerste keer onder water
waar de tijd werd platgedrukt

 

we wisten iets wat we vergeten zijn
een stop in de gootsteen
waar water doorheen sijpelt
we gaan hardnekkig door met kijken
naar wie we waren

 

achter de donkere bomen
gaat steeds iemand anders schuil
je aarzelt of je het bed zult verschonen

 

voor het eerst versta ik wat je zegt